NL EN

Kort geleden nam ik de zaak aan van Gerda, een vitale oudere dame die een ongeval kreeg toen zij, rijdend op haar fiets met elektrische hulpmotor, ten onrechte geen voorrang verleende aan een van links komende auto. De hulpmotor stond uit, maar ik vroeg mij af wat nu eigenlijk de juridische positie is van de E-biker. Artikel 185 van de Wegenverkeerswet biedt bescherming aan de zwakke verkeersdeelnemer bij een botsing met een motorvoertuig.ls de bestuurder van een motorvoertuig niet kan aantonen dat er sprake is van overmacht, dus dat hem totaal niets te verwijten valt, dan dient zijn verzekeraar altijd minstens 50% van de schade van de zwakke deelnemer te vergoeden.

AOf dat nog meer kan worden hangt van de omstandigheden af. En zwakke verkeersdeelnemers, dat zijn vooral voetgangers en fietsers. Zij zijn relatief onbeschermd en lopen bij een valpartij na aanrijding met een motorvoertuig nu eenmaal een veel grotere kans op letsel. Dat wordt niet anders als de fiets voorzien is van een hulpmotor zou je zeggen. Feit is dat met een hulpmotor ook de oudere fietser relatief eenvoudig bij het trappen een snelheid van ongeveer 25 km/u kan halen. De populariteit van de E-bike is in de afgelopen jaren flink toegenomen. De populariteit van de E-bike is in de afgelopen jaren flink toegenomen.

En dat is een aandachtspunt want door de hogere snelheid van de elektrische fiets kan de verkeersveiligheid in het geding komen voor zowel de berijder als de andere verkeersdeelnemers. Dit heeft vooral betrekking op de ouderen. Het risico voor ouderen ligt bij het gewone fietsen al hoger, omdat naar mate men ouder wordt, de fysieke gesteldheid en het reactievermogen afneemt. Op elektrische fietsen zullen deze aspecten nog meer meespelen, want door de hogere snelheden hebben ouderen nog minder tijd om te anticiperen op verkeerssituaties. Het is aannemelijk dat door de grotere snelheidsverschillen op fietspaden knelpunten kunnen ontstaan, bijvoorbeeld door inhaalacties. Ook voor automobilisten is het lastiger om de snelheid van een elektrische fiets in te schatten. Maar terug naar de vraag: reed Gerda nou op een fiets of op een motorvoertuig? Ik moest me er even in verdiepen. De Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen definieert een motorvoertuig als ‘Ieder rij- of voertuig, bestemd om anders dan langs spoorstaven over de grond te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht,

op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders; Volgens deze definitie is een fiets met een trapondersteuning dus formeel een motorvoertuig. Toch is de E-bike in 2006 vrijgesteld van de verplichte WAM-verzekering en worden schades veroorzaakt met een E-bike afgewikkeld op de normale Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren. In de Wegenverkeerswet wordt de E-bike dan ook uitgezonderd van het begrip Motorvoertuig. Gerda was dus een ?zwakke verkeersdeelnemer? en werd beschermt door artikel 185. De schadebehandelaar bij verzekeraar van de auto wist dat kennelijk al, want hij erkende meteen (tenminste) 50% aansprakelijkheid. Deze bescherming geldt overigens niet voor de berijder van een volledig elektrische fiets of scootmobiel. Dat blijven motorvoertuigen waarvoor dus een aparte aansprakelijkheidsverzekering moet worden afgesloten!

Van Dort Letselschade is gespecialiseerd in de juridische begeleiding van slachtoffers van letselschade.

 

We behartigen uitsluitend de belangen van slachtoffers en zijn onafhankelijk van verzekeraars. Onze dienstverlening kenmerkt zich door deskundigheid en ervaring op gebied van letselschade, waarbij we het belang van het slachtoffer centraal stellen.

Letselschade claimen