De 15-jarige Mariska en 17-jarige Onno kwamen elkaar tegen op een feestje.
Het was gezellig en Mariska vergat de tijd. Ze moest die avond om uiterlijk 23.00 uur thuis zijn, maar dat ging ze niet meer redden met de fiets. Zoals een heer betaamt bood Onno aan haar naar huis te brengen met zijn brommer.
Hij zette zijn voet op de bagagedrager van Mariska’s fiets en heeft haar zo voortgeduwd. De fiets bevond zich aan de rechterzijde van Onno, schuin voor hem.
Langzaam werd het gas verder opgevoerd. Op een gegeven moment reden ze met een snelheid van 40 kilometer per uur. Toen begon Mariska een beetje te slingeren en verloor zij de controle over het stuur. Ze viel met haar hoofd op de grond en diende per ambulance naar het ziekenhuis te worden gebracht. De ouders van Mariska verzochten ons kantoor om haar belangen te behartigen.
Wij stelden Onno aansprakelijk voor het ongeval. Als fietster was Mariska een zogenaamde “zwakke verkeersdeelnemer”. Nu bij het ongeval tevens een motorvoertuig betrokken was geldt artikel 185 Wegenverkeerswet dat de zwakke verkeersdeelnemer beschermt. De bestuurder van het motorvoertuig is aansprakelijk tenzij hij overmacht aannemelijk maakt. Hij moet dan bewijzen dat hem geen enkel verwijt te maken valt. Kan hij dat niet, zoals hier, dan is hij altijd voor tenminste 50% aansprakelijk. Of de aansprakelijkheid nog groter is hangt af van de wederzijds gemaakte fouten. Bovendien heeft de rechter nog de mogelijkheid de schuldverdeling nog wat te corrigeren door rekening te houden met de omstandigheden. Bijvoorbeeld de ernst van het letsel en het feit dat de schade door een WA-verzekering wordt gedekt. Dat noemen we de “billijkheidscorrectie”.
De verzekeraar benadrukte dat er sprake was van aanzienlijke eigen schuld van Mariska. Zij liet zich duwen en stond zo onder tijdsdruk dat ze instemde met de snelheid waarmee dat gebeurde. Daarmee heeft zij het risico op een ongeval aanvaard, aldus de verzekeraar.
Van Dort Letselschade is gespecialiseerd in de juridische begeleiding van slachtoffers van letselschade.
We behartigen uitsluitend de belangen van slachtoffers en zijn onafhankelijk van verzekeraars. Onze dienstverlening kenmerkt zich door deskundigheid en ervaring op gebied van letselschade, waarbij we het belang van het slachtoffer centraal stellen.
Wij stelden op onze beurt dat het voor Mariska niet goed mogelijk was om “de verbinding” met de voet van Onno te verbreken. Ze zou misschien hebben kunnen remmen of wegsturen maar dit zou bij 40 km/u de kans op een ongeval alleen maar hebben vergroot. Ze had nog geroepen “zachter” maar daar reageerde Onno niet op.
Er ontstond door het “vasthouden” door de voet van Onno een situatie waarin Mariska was overgeleverd aan het rijgedrag van Onno. Hij was het ook die de snelheid van de brommer-fiets-combinatie bepaalde. De snelheid waarmee hij reed was misschien normaal voor een brommer, maar niet voor een fietser die bovendien geen helm op had.
Onno was bovendien twee jaar ouder (en wijzer?) en had zich bewust moeten zijn van het gevaar dat zijn rijgedrag opleverde. Het was onze inschatting dat bij een procedure de rechter daarnaast nog “billijkheidscorrectie” in het voordeel van Mariska zou toepassen.
Zover hoefde het echter niet te komen. De verzekeraar bood uiteindelijk 80% schadevergoeding aan. Op ons advies accepteerden Mariska en haar ouders dit voorstel.
Maar het bleef desondanks een dure les!