NL EN

Deze column gaat over whiplash. Er is geen enkele andere vorm van letsel waarover zoveel is geschreven en zoveel is geprocedeerd. Echt verbazingwekkend is dat overigens niet als je bedenkt dat whiplash nog steeds het meest voorkomende letsel is en dat 30% van alle betalingen die verzekeraars in letselschade doen hierop betrekking hebben. Dit geld komt overigens niet alleen bij de slachtoffers terecht. Ook werkgevers, zorgverzekeraars en sociale verzekeraars verhalen hun kosten op de aansprakelijke partij. Maar er zijn meer redenen dan geld waarom het whiplashprobleem al vele jaren lang de gemoederen bezig houdt.

 

Wat is een whiplash eigenlijk? Het gaat om letsel waarbij de nek en het hoofd ten opzichte van de romp een krachtige slingerbeweging hebben gemaakt. In de meeste gevallen is een kop-staartbotsing de oorzaak.

 

In de discussie over whiplash gaat het eigenlijk steeds over 3 vragen.
1. Wat zijn de klachten?
2. Zijn die klachten veroorzaakt door het ongeval? Dit noemen we causaliteit.
3. Tot welke beperkingen leiden die klachten in werk of alledaags leven?

Het slachtoffer heeft de bewijslast. Daarbij loopt hij vaak tegen het probleem aan dat whiplashklachten zich meestal niet medisch aantoonbaar laten verklaren. Op foto’s of scans is doorgaans niets te zien. Dat maakt het ook moeilijk voor verzekeraars om de klachten de controleren. Hoe hou je de “echte” whiplash gescheiden van whiplash als “excuus” voor andere problemen waarmee mensen soms te maken hebben? Verzekeraars zijn dus extra kritisch en dat maakt dat de afwikkeling van een whiplashzaak vaak langer duurt. Meestal was het sluitstuk in de zaak een medisch onderzoek door een neuroloog die de beperkingen door het ongeval moest aangeven. Daar ging dan een hele discussie aan vooraf over welke arts deze keuring moest doen omdat beide partijen uiteraard hun eigen voorkeur hadden. Het heeft niet geholpen dat sinds 2007 de neurologen nieuwe richtlijnen hanteren waarin geen functionele beperkingen worden toegekend als er op neurologisch gebied geen afwijkingen zijn aangetoond, hetgeen bij whiplash dus vaak het geval is.

 

Verzekeraars grijpen de nieuwe richtlijn aan door te stellen dat als er geen beperkingen zijn aan te geven er ook niet veel schade kan worden geleden. Slachtoffers zijn het daar uiteraard niet altijd mee eens.

 

Voer voor juristen dus. Op dit moment vinden de meeste rechters dat aan de bewijslast van het slachtoffer geen al te hoge eisen mogen worden gesteld. Voldoende is dat medisch gezien vaststaat dat er klachten zijn, deze verklaard kunnen door het ongeval en op een realistische manier worden gepresenteerd. Goede vastlegging van de klachten en medische behandelingen vanaf ongeval zijn dus zeer belangrijk. Ook helpt het om vast te stellen dat er geen relevante medische voorgeschiedenis speelt of dat er geen andere oorzaken zijn die de klachten kunnen verklaren. Is er wel een medische voorgeschiedenis dan moet worden vastgesteld in hoeverre deze een rol speelt bij de beperkingen. Het risico dat de klachten niet altijd te herleiden zijn tot medisch vastgestelde afwijkingen legt de rechter bij (de verzekeraar van) de veroorzaker. Terecht, lijkt me!

Van Dort Letselschade is gespecialiseerd in de juridische begeleiding van slachtoffers van letselschade.

 

We behartigen uitsluitend de belangen van slachtoffers en zijn onafhankelijk van verzekeraars. Onze dienstverlening kenmerkt zich door deskundigheid en ervaring op gebied van letselschade, waarbij we het belang van het slachtoffer centraal stellen.

Letselschade claimen