NL EN

Als slachtoffers van een ongeval achteraf gevraagd wordt waar ze zich het meest aan hebben geërgerd tijdens het proces van de schaderegeling hoor je bijna altijd dat het zo lang heeft geduurd. Laatst deed het Gerechtshof te Den Bosch echter een opvallende uitspraak in een zaak waarin het juist te snel was gegaan. Is het dan nooit goed? Natuurlijk wel, maar je moet als belangenbehartiger wel goed weten wat je doet. Wat was het geval? Een vrachtwagenchauffeur werd stilstaand voor een stoplicht van achteren aangereden door een auto. Hij liep hierbij volgens zijn huisarts een whiplash op en was enige tijd arbeidsongeschikt. De man gaf zijn letselschade in behandeling bij zijn rechtsbijstandverzekeraar.

Het loon werd tijdens ziekte door de werkgever doorbetaald met uitzondering van het overwerk. De expert van de rechtsbijstand regelde een voorschot voor medische kosten, noodzakelijke huishoudelijke hulp en de misgelopen overwerkvergoeding. Na 6 maanden vond er een huisbezoek plaats waarbij naast de rechtsbijstandverlener ook een schaderegelaar namens de betalende verzekeraar aanwezig was. De chauffeur had zijn normale werkzaamheden reeds volledig hervat. Alleen het draaien van overuren was nog niet mogelijk. Hij onderging nog regelmatig fysiotherapie. Het ging wel beter. Hij liet weten naar verwachting nog enkele maanden nodig te hebben om volledig te herstellen.

De aansprakelijkheidsverzekeraar deed niet lullig en was bereid het gemiste overwerk nog gedurende een halfjaar te vergoeden samen met een geschat bedrag aan medische kosten en huishoudelijke hulp voor de toekomst en een passend smartengeld. Hij stelde voor een bedrag te betalen van € 15.000,- mits de zaak dan definitief kon worden afgewikkeld. De rechtsbijstandverlener wees er op dat bij acceptatie van het voorstel eventuele toekomstige schade voor eigen rekening zou blijven. De chauffeur zette zijn handtekening en de zaak werd afgewikkeld. Vervolgens bleek het herstel veel langer te duren dan aanvankelijk gedacht was, hij viel zelfs weer uit in het werk. Tot overmaat van ramp overkwam de chauffeur een tweede achterop aanrijding. De verzekeraar van dit tweede ongeval weigerde het loonverlies te vergoeden omdat er al sprake was van ziekte voorafgaande aan het tweede ongeval. Omdat de eerste verzekeraar de zaak al had afgewikkeld dreigde een groot probleem te ontstaan.

De advocaat van de chauffeur sprak vervolgens de rechtsbijstandverzekeraar aan op grond van een beroepsfout. Het Gerechtshof gaf de advocaat gelijk. De rechtsbijstandverzekeraar had moeten beseffen dat er nog geen sprake was van een medische eindsituatie toen zij de schade afwikkelde. Ze hadden weliswaar de chauffeur er op gewezen dat hij na afwikkeling zijn toekomstige schade niet meer zou kunnen claimen. Maar ze hadden er ook bij moeten aangeven dat de man -onervaren als hij was in dit soort kwesties- mogelijk een te optimistische inschatting had gemaakt van zijn eigen medische toestand. Wellicht hadden zij hun cliënt moeten afraden de zaak te regelen zonder dat er eerst een medische keuring had plaatsgevonden of iets dergelijks. Nu moest de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van de rechtshulpverlener de schade alsnog vergoeden. Moraal van het verhaal: “Maak vaart waar het kan en trap op de rem waar het moet”.

Van Dort Letselschade is gespecialiseerd in de juridische begeleiding van slachtoffers van letselschade.

 

We behartigen uitsluitend de belangen van slachtoffers en zijn onafhankelijk van verzekeraars. Onze dienstverlening kenmerkt zich door deskundigheid en ervaring op gebied van letselschade, waarbij we het belang van het slachtoffer centraal stellen.

Letselschade claimen